Ik wil een . . .

Digi

1 februari 2010 · Geef een reactie

Ach, de Koningin had best een beetje gelijk hoor, in haar Kersttoespraak. Over de fenomenen als Hyves, Twitter, Facebook en wat is er nog meer? Dat mensen zich er vanaf maken met “ik kom je even beterschap wensen” en dan weer snel naar het volgende “digitale vriendje” gaan, zonder zich verder te bekommeren om hoe het nu echt gaat met iemand.

Kijk vroeger maakte je je zorgen als de buurvrouw om tien uur ’s morgens nog met de gordijnen dicht zat. Dan belde je aan en als bleek dat ze ziek was, dan vroeg je of ze iets nodig had, ging je boodschappen halen en je bracht ’s avonds een lekker sterk soepje. Je wist hoe het met haar kinderen en kleinkinderen ging en je zorgde dat er vier keer per dag met haar hondje gelopen werd. Zo kon buurvrouw rustig ziek zijn en het leven ging gewoon door. Tegenwoordig zou ik op Facebook moeten lezen dat ze ziek is en dan antwoord ik: “nou, van harte beterschap, zorg je wel goed voor jezelf, goed uitzieken hoor!!” en ging dan weer verder met mijn 256 digitale vriendjes.

Terug naar vroeger wil ik niet hoor, naar die tijd dat tandartsen nog zonder verdoving werkten en de meester van de klas een spaans rietje had. Maar bepaalde normen en waarden van toen mogen van mij best terugkomen. Dat men nog aandacht had voor elkaar, dat een praatje in de trein mogelijk was zonder dat iedereen in zijn gratis dagblad zit te turen of van die oordopjes met herrie in heeft. Gewoon een beetje aandacht voor elkaar, interesse. Of mag ik mij nu zelf gaan bestempelen als een bejaarde, een ouwe zeikerd?

→ Plaats commentaarCategorieën: Algemeen

Logees

12 januari 2010 · Geef een reactie

Elk weekend hebben wij een logé. Het ene weekend is het Wendy, een jongedame van 19 jaar met het Syndroom van Down en het andere weekend is het Bob, een 15 jarige jongeman die behoorlijk wat problemen heeft als het leven niet zo gestructureerd gaat als dat hij zelf wil. Ze logeren al jaren bij ons en in de vakanties zijn ze er soms allebei. Eerlijk gezegd zijn dat altijd de meest vermoeide dagen, maar het heeft gelukkig meer leuke dan minder leuke kanten.

“Als ik later groot ben” zegt Wendy, “dan word ik huisvrouw! Dan kan ik de hele dag stofzuigen en ramen lappen, dat lijkt mij zo leuk!” Wendy werkt door de weeks in een soort van sociale werkplaats, maar dat vindt ze helemaal niets. Ze wil schoonmaken en opruimen en helpen met eten koken. Op haar werk moet ze kaarten in een doosje doen en dat is zo dom, volgens haar eigen zeggen. Het is een feest als ze bij ons is, want ons hele huis glimt er over. Soms moet ik moeite doen om haar mee te nemen naar het bos, naar het strand of naar iets anders leuks, ze wil de stofzuiger en dweil het liefst niet alleen laten.

Bob heeft een fotografisch geheugen. Toen hij hier voor het eerst kwam, heeft hij een fotokopie van ons huis en inrichting gemaakt en dat moet zo blijven. Als de Veronicagids op tafel ligt als hij binnen komt, haast hij zich om het blad weer naast de TV te leggen, want zo was het toen hij voor het allereerst kwam. Wij laten hem altijd een half uurtje zijn gang gaan met dingen op zijn plaats te leggen, daar wordt hij rustiger van en het kan in onze ogen geen kwaad. Het wordt alleen wat vervelender als wij de inrichting willen veranderen, want dat moet samen met Bob gebeuren. Hem het idee geven dat hij zelf die beslissing heeft genomen dat de bank ergens anders komt te staan. En als hij samen met Wendy hier logeert, in de vakanties, dan is het nog wel eens ruzie. Want Wendy verplaatst wel eens iets om schoon te kunnen maken en Bob haast zich dan om het weer op zijn plaats te zetten.

En toch, zou ik ze geen van beiden willen missen, ook niet als ze samen zijn. Het is gewoon gezellig en druk in huis, je hoort nog eens andere verhalen en als ik de tevreden gezichtjes weer zie als ik ze naar bed breng, dan weet ik wel waarvoor wij dit doen.

→ Plaats commentaarCategorieën: Algemeen

Allerhande

9 januari 2010 · Geef een reactie

Ze staat twijfelend bij de voordeur, haar boodschappentasje in haar hand. Zal ze wel of zal ze niet de glibberige stoep opstappen? Zij is mijn buurvrouw en ze is ondertussen de zeventig al gepasseerd. “Heeft u boodschappen nodig buurvrouw?” vraag ik op het moment dat ik net de auto in wil stappen. “Ja, eigenlijk wel, maar ik durf niet zo goed!” “Wilt u met mij meerijden, dan gaan we samen. Of heeft u een lijstje, dan haal ik het wel voor u!” Het lag helemaal niet in mijn planning om naar de supermarkt te gaan vandaag, mijn boodschappen waren allang al binnen. Maar om nou zo’n mensje zonder koekjes voor het weekend te laten zitten? Haar gezicht klaarde op en ze zei: “Eehh ik kan wel even een lijstje maken hoor, kom je even binnen?”

In de huiskamer van buurvrouw was het warm, heel erg warm. Het verschil met buiten, waar het -4 was, was enorm. Pff, ik deed maar even mijn jas los en mijn sjaal af. Ze rommelde wat in de laatjes op zoek naar pen en papier. “Altijd liggen ze overal, die pennen, maar nu kan ik het niet vinden” mopperde ze. “Ik heb wel een pen hoor en een papiertje ook wel, komt u maar even zitten dan schrijf ik het op” en toen kwam de lijst van koffie en koffiemelk. Koekjes, die allerhande roomboterkoekjes, doe maar twee pakjes. En limonadesiroop voor de kleinkinderen, die rode vinden ze het allerlekkerst. En als het niet te bezwaarlijk was, kon ik dan ook een grote fles cola meenemen? “En wat gaat u eten buurvrouw?” vroeg ik, want op de lijst stonden alleen lekkere dingen voor de visite, maar geen brood of groente.

In de auto belde ik even naar de vriendin waar ik op de koffie zou gaan. “Het wordt iets later hoor, of zal ik vanmiddag maar even komen?” Vriendin begreep het gelukkig, ze is van hetzelfde hout gesneden. Ook zij zou een koffieafspraak met mij verzetten als er iets belangrijks als dit tussen kwam. De boodschappen waren snel gehaald en buurvrouw was erg blij. Ze had koffie gezet toen ik terugkwam en vond het fijn dat er nog jongere mensen waren die zich om de ouderen bekommerden. “Mijn zoon en schoondochter wonen hier ook in de buurt, maar ze hebben het altijd zo druk met werk en de kinderen. Daar durf ik niet aan te vragen om even boodschappen te doen voor me.” Schrijnend eigenlijk, want ze zou bijna haar nek breken in de sneeuw om voor hun twee pakken allerhande roomboterkoekjes en zo’n grote fles cola te halen.

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Wensen en zoenen

6 januari 2010 · Geef een reactie

In deze tijd van het jaar denkt bijna iedereen dat ze het recht hebben om je ongevraagd te zoenen en te omhelzen onder het mom van: “De beste wensen!!” Snotterende en hoestende mensen hangen om je nek en het hele griep-protocol wordt massaal vergeten. Dit jaar dacht ik gered te zijn door het griep-protocol en hoopte dat het zoenen en omhelzen van collega’s wel tot het minimum beperkt zou blijven, maar helaas. Op het kantoor met zo’n 120 mensen blijkt toch meer dan de helft behoefte te hebben aan lichamelijk contact met de collega’s.

Al jaren heb ik een hekel aan deze periode. Waarom kan men niet volstaan met een hand en “de beste wensen”? Is het zo belangrijk dat daar ook nog eens drie (!!) zoenen bij uitgedeeld worden? Onder vrienden en familie heb ik er niet zoveel moeite mee, maar met mijn collega’s? En waarom drie zoenen? In bijna heel de wereld is één of twee wel voldoende, maar Nederland wil overal mee voorop lopen en deelt drie zoenen uit. Als je een gezellig kerst- en nieuwjaarsfeest hebt gehad, is dit wel de domper, de afterparty.

En dan nog de onduidelijkheid van: tot wanneer blijf je “de beste wensen” uitdelen. Tot driekoningen? Tot half januari? Tot eind januari? Of heeft het met de eenzaamheid van de wenser te maken. Hoe eenzamer je bent, hoe langer je nog mag wensen en zoenen? Bleeh ik heb echt zo’n hekel aan deze periode. Niet dat ik niemand het beste wil wensen, maar wel om het vrijpostige. En om mij heen hoor ik meer mensen klagen over dit fenomeen, waarom doen we het eigenlijk?

→ Plaats commentaarCategorieën: Uncategorized

Boeddhist

7 december 2009 · Geef een reactie

“Boeddha zegt . .” begon hij zijn verhaal tegen mij “Boeddha zegt dat je altijd je kalmte moet bewaren en mededogen moet hebben met je vijand” Sinds een paar maanden was hij, volgens zijn eigen zeggen Boeddhist geworden. Nog nooit had hij zo’n heerlijke tijd meegemaakt, de wereld lachte hem toe en ja, het is waar, het is echt waar wat Boeddha schrijft! Elke zin die je vertelde aan hem, zal hij beantwoorden met een zin die hij zorgvuldig uit zijn hoofd heeft geleerd uit de Tao. Het klonk erg wijs en in de afgelopen drie maanden heeft hij werkelijk elk boek gelezen en elke internetpagina bezocht die hem aan die wijsheid kan helpen. “Ik ben een echte Boeddhist geworden!!” riep hij naar een ieder die het horen wilde.

Als ik aan hem vroeg hoe het toch kan dat in Japan en al die andere landen waar Boeddhisten wonen, die mensen pas na een jarenlange training zich Boeddhist mogen noemen en hij al na het lezen van een paar boeken, veegde hij mijn kritiekvraag weg met het antwoord dat het altijd al in hem zat, maar dat hij het nu echt begreep. Eigenlijk vond ik de gesprekken wat vervelend worden, er was geen hier en nu meer, er was alleen het schrift van Boeddha wat echt overal op toe te passen was. Helaas kregen we in zijn auto een kleine aanrijding met een medeweggebruiker, echt een schuldige kon ik niet aanwijzen, behalve een erg onoverzichtelijke kruising. De schade viel naar mijn mening erg mee en de andere bestuurder kwam al met het schadeformulier aanlopen en haalde zijn schouders op: “Pech hebben, gelukkig reden we allebei erg langzaam!”

Verbaasd was ik over de reactie van onze Boeddhist. Die ging me daar toch tekeer en verwenste het hele verkeer, het kruispunt en die man. “Denk aan Boeddha” zei ik nog, in de hoop dat hij zich zou herinneren wat hij mij zo vaak heeft voorgelezen. “Bewaar je kalmte”, “toon mededogen” maar niets hielp, sterker nog, Boeddha had nooit in een auto gezeten, dus wat wist die hier nou van? En voor de zoveelste keer kom ik weer iemand tegen die zich Boeddhist wil noemen, die er in zijn hoofd alles van denkt te weten, die precies denkt te weten hoe het in elkaar steekt, maar die het helaas in zijn hart en lijf niet IS.

→ Plaats commentaarCategorieën: Algemeen

Inval

4 december 2009 · Geef een reactie

Het wordt vandaag weer zo’n dag. Zo’n dag waarop we heel veel mensen laten schrikken en hopen dat we veel kinderen kunnen redden. Vandaag is het januari 1991 en ik ben in een stadje in India. Samen met de plaatselijke politie en wat militairen gaan we een bordeel bestormen. Een bordeel waarvan verdacht wordt dat er kinderen geprostitueerd worden en als je er maar lang genoeg over klaagt, dan is het ineens verboden. Of dan is politie en defensie ineens bereid om je te helpen. Vandaag zitten we in busjes op een paar honderd meter afstand te overleggen wie welke taken heeft. Mijn taak is het opvangen van zoveel mogelijk kinderen en ze mee te nemen naar een opvangtehuis.

Het is een geschreeuw, een gegil en een chaos van jewelste als we binnenvallen. De militairen als eerste, die zijn geoefend in het zo snel mogelijk zoveel mogelijk ruimtes te overmeesteren. De politie komt daarna om de eigenaren en andere volwassenen zo snel mogelijk te arresteren en dan komen wij. Twaalf kamers telt dit bordeel en in drie kamers zijn minderjarige meisjes aanwezig. Hooguit elf jaar schat ik en de doodsangst staat in hun ogen. De taal spreek ik niet, maar dat maakt niets uit, als je gewoon in het Nederlands op een rustige kalme toon praat, dan snappen ze het donders goed. “No fuck” stamelde een meisje naar me, “no fuck!” Nee, daar kom ik niet voor, ik kom je redden uit deze hel, ga je mee?

De neiging bestaat om wat mensen op hun gezicht te stompen, hoe halen ze het toch in hun hoofd? Maar dat mag niet, daar ben ik niet voor. Maar ik kan de “net goed” gedachte niet onderdrukken als ik een militair iemand zie schoppen en wat in het Indiaas hoor schelden. Verstaan doe ik het niet, maar begrijpen des te meer. De meisjes gaan mee, worden medisch onderzocht en krijgen geestelijke begeleiding. Scholing voor zover dat kan, want niet zeldzaam staat er een vader of een pooier voor de deur om zijn “personeel” terug te eisen. Want het scheelt een brok inkomsten. En meerdere malen denk ik: “Wat is er toch aan de hand in deze wereld?”

→ Plaats commentaarCategorieën: Algemeen

Roken

1 december 2009 · Geef een reactie

Ik rook. Ik rook ’s morgens een sigaretje bij mijn eerste kop koffie, ’s avonds een sigaretje na het avondeten en heel soms in de avond nog eentje bij een Bacardi-Cola. En dat alles in mijn eigen huis, want buitenshuis zal ik niet eens denken aan een sigaretje. Maar tja, ik rook. En daarmee behoor ik gelijk tot het uitschot van deze wereld. Word ik als crimineel benaderd en behandeld, want ongeacht hoeveel je wel of niet rookt, je rookt. En daardoor ben je een paria. Stoppen met die 2 of 3 sigaretjes op een dag? Alleen maar om van het gezeik af te zijn? Zelfs mijn eigen huisarts vindt het geen drama en maakt zich geen zorgen over mijn rookgedrag.

Verder kan ik je vertellen dat ik alle tabakswaren in mijn leven zelf gekocht heb. Ik heb er voor gewerkt en ik heb niemand, maar dan ook niemand zijn hersens ingeslagen om aan mijn verslaving te kunnen voldoen. Ook heb ik nog nooit iemand doodgereden nadat ik een sigaretje heb opgestoken of ben ik agressief geweest omdat ik zonodig moest roken. Iets wat we van drugs- en alcoholverslaafden niet altijd kunnen zeggen. Maar daar wordt niet zoveel aan gedaan, als je te verslaafd bent aan drugs, dan kun je het gratis krijgen, om de overlast in te perken. Maar voor een roker is het vervelender. De drugs van tabak wordt met de dag duurder, de plaatsen waar je eventueel nog mag roken worden schaarser en de mens wordt met het uur intoleranter tegen rokers. Omdat het zo slecht is, omdat je er kanker van kunt krijgen en niet alleen jezelf maar ook je omgeving.

Jaarlijks sterven duizenden mensen aan de gevolgen van de luchtverontreiniging, veroorzaakt door fabrieken en auto’s. Jaarlijks zijn teveel mensen slachtoffer van alcohol- en drugsgebruik. Jaarlijks sterven er mensen door proeven die gedaan worden met kernenergie en andere stoffen. En ja, ook jaarlijks sterven er mensen vanwege de gevolgen van het roken. Maar in verhouding zijn dat er maar een paar. Waarom moeten de rokers het ontgelden? Waarom worden fabrieken, auto’s en discutabele proeven niet verboden? Waarom wordt alchohol en drugs niet net zo hard aangepakt als het roken? Ik blijf roken, die 2 of 3 sigaretjes in mijn eigen huis. Ongeacht wat de wereld er van vindt en ongeacht het commentaar wat men tegenwoordig altijd maar denkt te moeten hebben.

→ Plaats commentaarCategorieën: Algemeen

Schrijven

29 november 2009 · 1 reactie

Traagladende fotoblogs, waar de hele dag in foto’s voorbij komt. Blogs met een miljoen spel- en taalfouten in slechts drie zinnen. Kunstzinnige PSP-werkjes met veel engeltjes, elfjes, bloemetjes en vooral glittertjes. Verhalen die jarenlang doorgaan over een depressie en waar werkelijk nooit eens iets leuks te lezen valt. Bloggers die hun blog beginnen met: “Ai, ik heb al een half jaar niets geschreven, ik ga mijn leven beteren” en vervolgens weer een half jaar niets meer schrijven. Blogs die beginnen met “Welkom op mijn blog, hier ga ik elke dag iets schrijven” en vervolgens staat er niets meer, al een jaar of langer niet meer. Kopieerders van de digitale nieuwssites, die letterlijk alles kopieren en nooit zelf iets verzinnen. Bloggende babies of huisdieren.

Bovenstaande is een opsomming van blogs die ik probeer te vermijden. Uiteraard is elke blogger vrij om te bloggen waar hij of zij het over wil hebben, ik mag en kan niet degene zijn die daar wat over te zeggen heeft. Gelukkig maar, want dan zal ook dit blog verboden worden door de mensen die mijn gebrabbel vreselijk vinden. Maar sinds het fenomeen webloggen makkelijker is gemaakt door sites als blogspot, web-log en punt.nl lijkt er wel een explosie te zijn ontstaan van verhalen en plaatjes die in mijn wereld niet in die hoeveelheden thuishoren. Dat er eigenlijk maar een handjevol blogs zijn die ik dagelijks volg. Vanwege de schrijfstijl of vanwege de nieuwswaarde. Of omdat ik zo’n persoon persoonlijk ken.

Het lijkt vandaag de dag ook moeilijker om een blog te vinden die een plaatsje krijgt in mijn feedreader. Toen er vroeger nog maar een paar blogs bestonden, was dat een stuk makkelijker, maar nu heeft elk gezin met computer wel een weblog. Ja ook in mijn gezin met computer. Met dat verschil dat ik al een jaar of 15, misschien nog wel langer, mijn verhalen gedigitaliseerd heb via eigengemaakte websites. En dat ik pas nu, sinds kort, mij gewaagd heb om mij aan te sluiten bij zo’n makkelijk systeem om te loggen. Of ik het echt leuker vind weet ik nog niet. Beloftes als: “ik ga elke dag iets schrijven” komen niet voor hier. Ja ik schrijf wel elke dag, maar niet op dit log. Ondertussen blijf ik zoeken naar sites die voor mij persoonlijk interessant zijn. Interessant genoeg om in mijn feedreader te komen.

→ 1 ReactieCategorieën: Algemeen

Akelig vroeg

27 november 2009 · Geef een reactie

Moeite met vroeg opstaan heb ik niet. Echt niet. Bij het eerste zoemgeluidje van mijn wekker (telefoon) sta ik al naast mijn bed. Moeite met wakker worden heb ik wel, dat duurt een uur. En dat betekent dat ik het eerste uur van de dag altijd slaapwandelend doorbreng, op de automatische piloot naar de koffiepot, naar de broodtrommel, naar de brievenbus en dan eindelijk eens naar de douche. Na zo’n douche trek ik wel weer bij en het is wellicht een optie om als eerste te gaan douchen, maar daar ben ik nou net niet wakker genoeg voor ’s morgens. Het eerste wat ik wil is koffie, een sigaretje (jaja kom maar met het commentaar), de krant en een boterham met chocoladehagelslag.

Mijn werk is erg onregelmatig. De ene dag sta ik om 7 uur op, de andere dag om 4 uur en er zijn ook dagen dat ik om 5 of 6 uur van mijn bed af mag komen. Zo gaat dat al jarenlang, ik ben er aan gewend. Maar op welk tijdstip ik ook moet opstaan, ik slaap nooit voor 10 uur ’s avonds, dat is wel eens lastig. Maar ach, als ik om 4 uur ’s morgens opsta, ben ik vaak al om 2 uur ’s middags thuis en dan vang ik nog wel eens een tukkie. En ook dat doe ik al jaren op deze manier en is mijn lijf er aan gewend aan die rare slaap- en waaktijden.

Er is echter één tijdstip waar ik niet aan kan wennen. Als ik om 3 uur ’s morgens op moet staan. Daar blijf ik de hele dag last van houden, of ik nu ga slapen in de middag of niet. Misselijk, draaierig en zeker niet alert. Ook hou ik de hele dag een hongerig gevoel, alsof mijn suikerspiegel niet op peil wil komen. Talloze truukjes heb ik al geprobeerd om hiervan af te komen, ik denk dat mijn lichaam gewoon heftig in protest komt op het moment dat er om 3 uur ’s ochtends actie moet worden ondernomen. Gelukkig gebeurt dit niet zo heel vaak, morgenochtend toevallig weer eens, maar daarna mag ik weer 4 maanden lang op de “gewone” tijden opstaan.

→ Plaats commentaarCategorieën: Algemeen

Sinterklaas

22 november 2009 · 1 reactie

Toen ik ongeveer tien jaar was, begon ik een gruwelijke hekel aan het Sinterklaasfeest te krijgen. Op die leeftijd had ik al door dat het een verkleed persoon was en dat al die donkere knechten na een bad ook weer heel erg witjes waren. En als je in de periode belandt van “non-believer” dan wordt er op school van je verwacht dat je lootjes gaat trekken en een surprise gaat maken, om dan toch iets met dat 5 december gevoel te doen. Creatief ben ik niet, dus ik lag nachten wakker om te bedenken wat voor surprise ik moest maken. Het cadeautje wat gekocht moest worden, moest bij voorkeur klein zijn, zodat ook de surprise klein kon zijn. Mijn familie is geen knutselfamilie, er lag nog niet eens een WC-rolletje buiten de vuilnisbak om mee te knutselen, dus ook al het materiaal moest aangeschaft worden.

Hoe ouder je dan wordt, hoe banaler de surprises en de gedichten en ik deed elk jaar braaf mee met grote tegenzin. En eindelijk, toen ik zo ongeveer 18 was, kon ik het zeggen: “Ik doe niet meer mee met Sinterklaasvieren, gaan jullie vooral je gang, maar ik doe niet meer mee!” en sindsdien heb ik ook niet meer meegedaan. In die tijd kwamen de Anti-Sint campagnes ook los, over de rol van de zwarte knecht in vergelijking met de slavernij en de opkomst van de kerstman. En omdat ik zo’n tegenstander was van de surprise-avondjes, verdacht men mij er ook van om voorstander te zijn van het afschaffen van het Sinterklaasfeest.

Niets is minder waar, want ik geniet nog steeds elk jaar van die gespannen kindergezichtjes en van de liedjes in het winkelcentrum. Ook moet ik elk jaar minstens de herhaling of de samenvatting van de intocht bekijken, als ik niet in de gelegenheid ben om het live te zien. Als een klein kindje iets vertelt over wat er in zijn schoen zat of wat hij op zijn verlanglijstje had, dan ga ik daar heel enthousiast op in en zelfs als er een Sinterklaas langskomt ergens waar ik ben, zal ik daar met volle overgave aan meewerken. Het mag niet afgeschaft worden, zeker niet voor de kinderen. En elke vezel in mijn lijf zal zich daar ook tegen verzetten. Als ik maar geen surprises hoef te bouwen en gedichten hoef te schrijven. Daar heb ik namelijk nog steeds een hekel aan.

→ 1 ReactieCategorieën: Algemeen