Ze staat twijfelend bij de voordeur, haar boodschappentasje in haar hand. Zal ze wel of zal ze niet de glibberige stoep opstappen? Zij is mijn buurvrouw en ze is ondertussen de zeventig al gepasseerd. “Heeft u boodschappen nodig buurvrouw?” vraag ik op het moment dat ik net de auto in wil stappen. “Ja, eigenlijk wel, maar ik durf niet zo goed!” “Wilt u met mij meerijden, dan gaan we samen. Of heeft u een lijstje, dan haal ik het wel voor u!” Het lag helemaal niet in mijn planning om naar de supermarkt te gaan vandaag, mijn boodschappen waren allang al binnen. Maar om nou zo’n mensje zonder koekjes voor het weekend te laten zitten? Haar gezicht klaarde op en ze zei: “Eehh ik kan wel even een lijstje maken hoor, kom je even binnen?”
In de huiskamer van buurvrouw was het warm, heel erg warm. Het verschil met buiten, waar het -4 was, was enorm. Pff, ik deed maar even mijn jas los en mijn sjaal af. Ze rommelde wat in de laatjes op zoek naar pen en papier. “Altijd liggen ze overal, die pennen, maar nu kan ik het niet vinden” mopperde ze. “Ik heb wel een pen hoor en een papiertje ook wel, komt u maar even zitten dan schrijf ik het op” en toen kwam de lijst van koffie en koffiemelk. Koekjes, die allerhande roomboterkoekjes, doe maar twee pakjes. En limonadesiroop voor de kleinkinderen, die rode vinden ze het allerlekkerst. En als het niet te bezwaarlijk was, kon ik dan ook een grote fles cola meenemen? “En wat gaat u eten buurvrouw?” vroeg ik, want op de lijst stonden alleen lekkere dingen voor de visite, maar geen brood of groente.
In de auto belde ik even naar de vriendin waar ik op de koffie zou gaan. “Het wordt iets later hoor, of zal ik vanmiddag maar even komen?” Vriendin begreep het gelukkig, ze is van hetzelfde hout gesneden. Ook zij zou een koffieafspraak met mij verzetten als er iets belangrijks als dit tussen kwam. De boodschappen waren snel gehaald en buurvrouw was erg blij. Ze had koffie gezet toen ik terugkwam en vond het fijn dat er nog jongere mensen waren die zich om de ouderen bekommerden. “Mijn zoon en schoondochter wonen hier ook in de buurt, maar ze hebben het altijd zo druk met werk en de kinderen. Daar durf ik niet aan te vragen om even boodschappen te doen voor me.” Schrijnend eigenlijk, want ze zou bijna haar nek breken in de sneeuw om voor hun twee pakken allerhande roomboterkoekjes en zo’n grote fles cola te halen.
Categorieën: Uncategorized
In deze tijd van het jaar denkt bijna iedereen dat ze het recht hebben om je ongevraagd te zoenen en te omhelzen onder het mom van: “De beste wensen!!” Snotterende en hoestende mensen hangen om je nek en het hele griep-protocol wordt massaal vergeten. Dit jaar dacht ik gered te zijn door het griep-protocol en hoopte dat het zoenen en omhelzen van collega’s wel tot het minimum beperkt zou blijven, maar helaas. Op het kantoor met zo’n 120 mensen blijkt toch meer dan de helft behoefte te hebben aan lichamelijk contact met de collega’s.
Al jaren heb ik een hekel aan deze periode. Waarom kan men niet volstaan met een hand en “de beste wensen”? Is het zo belangrijk dat daar ook nog eens drie (!!) zoenen bij uitgedeeld worden? Onder vrienden en familie heb ik er niet zoveel moeite mee, maar met mijn collega’s? En waarom drie zoenen? In bijna heel de wereld is één of twee wel voldoende, maar Nederland wil overal mee voorop lopen en deelt drie zoenen uit. Als je een gezellig kerst- en nieuwjaarsfeest hebt gehad, is dit wel de domper, de afterparty.
En dan nog de onduidelijkheid van: tot wanneer blijf je “de beste wensen” uitdelen. Tot driekoningen? Tot half januari? Tot eind januari? Of heeft het met de eenzaamheid van de wenser te maken. Hoe eenzamer je bent, hoe langer je nog mag wensen en zoenen? Bleeh ik heb echt zo’n hekel aan deze periode. Niet dat ik niemand het beste wil wensen, maar wel om het vrijpostige. En om mij heen hoor ik meer mensen klagen over dit fenomeen, waarom doen we het eigenlijk?
Categorieën: Uncategorized